Home » Om zijn afhankelijkheid van Visa en Mastercard te verminderen, wil Europa een „Airbus van het betalingsverkeer“ creëren

Om zijn afhankelijkheid van Visa en Mastercard te verminderen, wil Europa een „Airbus van het betalingsverkeer“ creëren

by Patricia

Europa is in hoge mate afhankelijk van de Amerikaanse betalingsinfrastructuren Visa en Mastercard, die goed zijn voor 61 % van de kaarttransacties in de eurozone. Initiatieven zoals Wero of de digitale euro zijn bedoeld om de soevereiniteit te versterken, maar vorderen traag en roepen vragen op. Hoe kan Europa, in een context van geopolitieke concurrentie, zijn autonomie op dit gebied doen gelden?

Afhankelijkheid van de EU op het gebied van digitale en betaalinfrastructuur

Nicolas Guillou, een Franse rechter bij het Internationaal Strafhof, is sinds 20 augustus 2025 onderworpen aan Amerikaanse sancties. Deze repressieve maatregel is een reactie op zijn betrokkenheid bij de uitvaardiging van een internationaal aanhoudingsbevel tegen de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.

De prijs die Netanyahu hiervoor moet betalen, heeft ingrijpende praktische gevolgen, namelijk de bevriezing van zijn bankrekeningen (zelfs binnen de eurozone) en de blokkering van zijn betaalmiddelen (Visa, Mastercard, PayPal, Amazon, Apple Pay).

Deze aantasting van de onafhankelijkheid en de internationale rechtsorde past in een context van geopolitieke spanningen tussen Europa en de Verenigde Staten. Wat zou er gebeuren als Donald Trump zou besluiten Europa af te sluiten van de Visa- en Mastercard-netwerken?

De laatste tijd zijn de begrippen “soevereiniteit” en “strategische autonomie” alomtegenwoordig in het publieke en politieke debat. Toch verschilt de reikwijdte ervan sterk, afhankelijk van of ze pragmatische belangen dienen of politieke beloften, zoals de zaak Exaion aantoont.

De afgelopen dagen heeft Aurore Lalucq, voorzitter van de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement, zich herhaaldelijk in het openbaar uitgesproken om de Europese soevereiniteit op het gebied van digitalisering en betalingen te verdedigen.

Volgens de ECB is het Amerikaanse duopolie Visa en Mastercard goed voor 61 % van de kaartbetalingen in de eurozone. Men zou kunnen tegenwerpen dat sommige landen over hun eigen netwerken beschikken, zoals Frankrijk met het CB-netwerk, Duitsland met Girocard, of België met BPC, evenals Noorwegen, Denemarken, Portugal en Italië.

Maar, zoals onze collega Grégory Raymond benadrukt, blijven alle andere landen volledig afhankelijk van de infrastructuur van Visa en Mastercard.

Bovendien zijn deze nationale systemen ontworpen om uitsluitend op nationaal niveau te functioneren en ondersteunen ze geen grensoverschrijdende betalingen. Toen Europese banken begin jaren 2000 voor de keuze stonden om zich aan te sluiten bij Visa en Mastercard of zelf de kostbare uitbreiding van hun eigen systemen te financieren, kozen ze dan ook voor de meest economische oplossing.

Vandaag de dag herinnert de realiteit van onze geopolitieke situatie ons eraan dat een technologische keuze structurele afhankelijkheden met zich mee kan brengen. Visa en Mastercard zijn namelijk niet louter technische dienstverleners, aangezien zij niet alleen zorgen voor de overdracht van transacties tussen banken, maar ook de regels van het netwerk vaststellen, de transacties beveiligen en de betaalterminals certificeren.

Naast deze politieke dimensie moet ook de economische afhankelijkheid in ogenschouw worden genomen. Of het nu gaat om banken of handelaren, zij hebben geen enkele onderhandelingspositie ten aanzien van de kosten en ontwikkelingen van de diensten die door de Amerikaanse giganten worden aangeboden.

Wero en de digitale euro: instrumenten voor Europese soevereiniteit?

Geconfronteerd met deze constatering lanceerde een consortium van grote Europese banken in 2020 het project “European Payments Initiative” of EPI. Nadat het project op de economische realiteit was gestuit, trokken verschillende banken zich terug uit dit uiterst kostbare project.

Naar aanleiding van deze mislukking besloot het EPI gebruik te maken van een reeds bestaande, maar slecht benutte technologie: de SEPA-instantoverschrijving (Single Euro Payments Area). Uit dit systeem is vervolgens het Wero-systeem voortgekomen, dat we vandaag de dag goed kennen vanwege zijn vermogen om binnen enkele seconden overschrijvingen te verrichten, rechtstreeks tussen bankrekeningen.

Wero, dat in 2024 voor het grote publiek wordt uitgerold, maakt voorlopig alleen betalingen tussen particulieren mogelijk. De geloofwaardigheid van het project hangt echter af van de mate waarin het door winkeliers wordt geaccepteerd, een onmisbare voorwaarde om effectief te kunnen concurreren met Visa en Mastercard.

Tegelijkertijd werkt de ECB aan een ander project: dat van de digitale euro. Deze digitale centralebankvaluta (CBDC) heeft tot doel een nieuwe vorm van geld in te voeren, als aanvulling op de huidige euro.

Dit project vordert langzaam: het werd in 2021 gelanceerd en de ECB verwacht een eerste uitgifte in 2029. Bovendien roept het ernstige bezorgdheid op op het gebied van privacy, veiligheid en controle.

Gaat centralisatie hand in hand met autonomie?

Volgens Gregory Raymond ligt de enige haalbare oplossing dan ook in stablecoins. Sinds een week biedt Ingenico, de Franse wereldleider op het gebied van betaalterminals, zijn zakelijke klanten de mogelijkheid om betalingen in stablecoins aan te bieden via WalletConnect.

Op dit moment worden de stablecoins USDC en EURC van het Amerikaanse bedrijf Circle ondersteund. Zoals onze collega uitlegt, biedt de door de cryptodochter van Société Générale ontwikkelde EURCV veelbelovende perspectieven, maar kampt deze met schaalbaarheidsproblemen als gevolg van een te lage liquiditeit.

Opnieuw blijkt uit de praktijk dat soevereiniteit een wenselijk politiek ideaal blijft, terwijl de Amerikaanse infrastructuren profiteren van een schaalbaarheid en een implementatiecapaciteit die moeilijk te evenaren zijn.

Het is ook interessant om stil te staan bij het verschil tussen de termen “soevereiniteit” en “autonomie”. Hoe zit het met een stablecoin die wordt uitgegeven en gegarandeerd door een particuliere onderneming? Of de centrale instelling nu openbaar, particulier, federaal of nationaal is; deze tussenpersoon vereist het vertrouwen van de gebruikers.

Zou het instrument van onze autonomie niet een apolitiek, vlagloos object zijn, dat in zijn puurste vorm al overal ter wereld toegankelijk is? En wat als de oplossing die we zoeken zich in feite recht voor onze neus bevindt? Ja, ik heb het inderdaad over Bitcoin.

Related Posts

Leave a Comment