De vierjarige cyclus van Bitcoin en de cyclische bearmarkt zouden wel eens de valkuil kunnen zijn van het einde van 2025. Ontdek de uitleg van analist Vincent Ganne.
126.000 dollar is misschien niet het cyclische hoogtepunt
Al meer dan tien jaar is de dominante analyse van de Bitcoin-markt gebaseerd op de theorie van de vierjarige cyclus, die draait om de halvering. Dit mechanisme, dat de geldcreatie in BTC halveert, heeft historisch gezien het ritme bepaald van de grote fasen van stijging, euforie en vervolgens correctie van het activum.
Sinds het dieptepunt van eind 2022 stellen verschillende belangrijke afwijkingen echter de robuustheid van dit model ter discussie. De vraag is niet langer alleen waar we ons in de cyclus bevinden, maar of deze cyclus nog steeds zinvol is in een omgeving waarin Bitcoin zich nu ontwikkelt als een wereldwijd, volwassen en macro-gevoelig activum.
Eerste afwijking: de veronderstelde cyclische piek van oktober 2025 (126.000 dollar op 6 oktober) komt niet overeen met de traditionele benchmarks van de conjunctuurcyclus. De koper/goud-ratio, een uitstekende indicator voor de risicobereidheid en de kracht van de mondiale economische cyclus, vertoont helemaal niet de kenmerken van een macro-economische piek.
Historisch gezien vallen de grote pieken in de prijs van Bitcoin (2013, 2017, 2021) samen met een oververhitte industriële cyclus, wat tot uiting komt in een hoge koper/goud-ratio die dicht bij zijn hoogtepunt ligt.
In 2024-2025 bleef deze verhouding echter laag, zonder vergelijkbare opwaartse dynamiek, en zelfs met terugkerende tekenen van zwakte. Als Bitcoin daadwerkelijk een cyclische piek heeft bereikt, dan is dat in totale tegenspraak met de wereldwijde cyclus, wat nog nooit eerder is voorgekomen.

Heeft de vierjarige cyclus die door de halving wordt bepaald nog steeds zin?
Tweede afwijking: de halving verliest elke keer een beetje meer van zijn mechanische impact. De gegevens zijn duidelijk: in 2012 halveerde de halving de monetaire inflatie van de Bitcoin, waardoor de jaarlijkse uitgifte daalde van 1,3 miljoen naar 657.000 BTC. In 2016, en vervolgens in 2020 en 2024, nam dit effect geleidelijk af: 12 % → 6 %, vervolgens 4 % → 2 %, vervolgens 1,8 % → 0,9 %, en vervolgens slechts 0,8 % → 0,4 %.
Met deze halvering van een steeds kleiner wordende piek (in 2028 zal de impact bijna onbeduidend zijn), rijst de vraag of de vierjarige cyclus rond de halving nog wel relevant is. De halving is vandaag de dag niet langer een aanbodschok die automatisch een explosieve cyclus (en dus een bearmarkt?) kan voeden; het is een narratieve katalysator geworden (misschien nu alleen nog psychologisch), waarvan de werkelijke reikwijdte steeds meer afhangt van de macro-economische context, de wereldwijde liquiditeit en de institutionele vraag. In deze context rijst de vraag: heeft de traditionele cyclische bear market van 12 maanden nog zin? Als de vierjarige cyclus steeds minder wordt bepaald door het aanbod en steeds meer door de macro-economie en institutionele stromen, dan zou de structuur van de Bitcoin-cycli kunnen evolueren naar een model dat dichter bij traditionele activa ligt: expansie- en contractiefasen die verband houden met de mondiale liquiditeit, de reële rentevoeten en de mondiale economische cyclus.
Misschien bevinden we ons niet langer in een eenvoudige “Bitcoin-cyclus”, maar in een macrocyclus met Bitcoin erin. En als dat het geval is, dan is de timing van de cyclische bearmarkt niet langer mechanisch of voorspelbaar en zou dat wel eens de grote valkuil kunnen zijn aan het einde van 2025.
